Hoeveel van jezelf pas jij aan
om op je werk te passen?

Waarschijnlijk veel vaker dan je denkt.

Niet omdat iemand ’s ochtends bij de ingang zegt dat je anders moet praten, anders moet eten of je anders moet gedragen. Het gebeurt meestal veel subtieler.

Je merkt hoe anderen praten en past je toon een beetje aan. Je ziet wat op kantoor als professioneel wordt gezien en beweegt daarin mee. Je denkt twee keer na voordat je iets zegt. Je vertelt sommige dingen wel over thuis en andere dingen liever niet. Misschien slik je een grap in. Misschien doe je mee aan iets waar je eigenlijk geen zin in hebt. Misschien maak je jezelf nét iets kleiner omdat dat makkelijker voelt dan uitleggen waarom jij dingen anders doet.

En het gekke is: na een tijdje voelt dat niet meer als aanpassen.

Het voelt gewoon als werk.

Maar als je iedere dag kleine stukjes van jezelf bijstuurt om ergens goed in te passen, ontstaat er een interessante vraag: